Terug naar de artikelen

logo

©6. december 2013 Revive Israel Ministries

Buig je knie ën niet voor Baal

Door Asher Intrater

De apostel Paulus sprak over Joden die geloofden in Yeshua als over het “overblijfsel van Israël” (Romeinen 11:5). Hij vergeleek hen met de 7.000 mensen in de tijd van Elia, die “hun knieën niet voor Baal hadden gebogen” (vers 4). Aangezien ik een Messiaanse Jood ben en niet meedoe aan afgoderij, kan ik zeker gekwalificeerd worden als iemand die zijn knieën niet voor Baal buigt.

Werkelijk?

Baal was de god van Kanaän, gepromoot door Izebel. In Openbaring 2:20 wordt ons gezegd de geest van Izebel niet toe te laten (dus die van Baal). Deze geest dringt door in de modern samenleving in rebellie, seksuele zonde en vleselijk vermaak. “Je knieën buigen” mag dan misschien een fysieke daad zijn, maar het kan ook slaan op eraan toegeven in je gedachten en emoties. Heb ik  mezelf slechte voorstellingen toegestaan?

Misschien buig ik mijn knieën wel voor de Baal-Izebel sensualiteit en opgaan in mezelf, meer dan ik zou willen toegeven. Misschien is dat bij u ook wel het geval. Ik sprak hierover verleden week met ons team en we zijn neergeknield en hebben vergeving gevraagd. Al gauw daarna was ik in het plaatselijk winkelcentrum; naast de ingang hing een grote advertentie van een vrouw, slechts gekleed in lingerie.

Ik voelde de vreze des Heeren (Spreuken 1:7). Ik ging de winkel binnen en vroeg beleefd maar dringend de poster te verwijderen en deze vraag door te geven aan het management van de winkelketen door het hele land. Ik had het gevoel dat de poster binnen drie dagen verwijderd zou moeten zijn. De ochtend van de derde dag kwamen er werklui om de poster te verwisselen. Moge God ons genade geven onze knieën niet voor Baal te buigen.


Mijn Chanoeka wonder

Door Dror Zicherman

(verkort en vertaald uit de Yediot Ahronot krant, 29-11-13)

Tijdens Chanoeka 2005 diende ik in de Nachshon eenheid, met een klein team van vier. We werden gewaarschuwd dat er wel een terroristen zouden kunnen zijn. We zetten een verrassingscheckpoint op. 50 Minuten nadat we auto’s gecheckt hadden, kwam er een taxi uit de richting Tulkarem.

We vroegen de passagiers uit te stappen en in een rij te gaan staan. Sommigen zagen er verdacht uit, vooral een met een dikke jas. We stonden op een afstand van 15 meter en vroegen hem zijn jas open te doen. Op dat moment hoorden we een enorme explosie. Mijn vriend, Uri, de officier van de eenheid, werd onmiddellijk gedood en ik ernstig gewond.

Toen begon mijn wonder. Er was toevallig een helikopter in de buurt, die pikte me op. Toen de dokter aan boord zag hoe ernstig gewond ik was, veranderde hij van richting en stuurde me naar het Hillel Yaphe ziekenhuis, wat 15 minuten korter was en uiteindelijk mijn leven heeft gered.

Ik had zo weinig bloed, dat ik het bewustzijn verloor. Drie dagen lang was ik bewusteloos en werd ik kunstmatig beademd. Ik ging het punt van klinisch dood voorbij. Op de dag van de 8e kaars (van Chanoeka) kwam ik bij. Toen ik alle infusen en al dat verband zag realiseerde ik me hoe ernstig gewond ik was: m’n benen, nieren, inwendige organen – en vreselijke pijn.

Later hoorden we dat de bom een explosief van 30 kilo was, die een half gebouw had kunnen verwoesten. Uri betaalde met zijn leven; ik betaalde met mijn lichaam. Ik beloofde mezelf dat ik niet in een rolstoel zou blijven, maar op een dag weer zou kunnen lopen.

Aan die belofte heb ik me gehouden, na anderhalf jaar ontelbare operaties. Nu. 8 jaar later heb ik de fysieke pijn overwonnen, maar ik mijn ziel lijdt nog elke dag. Ik realiseer me dat ik lijd aan een “gevechts trauma”. Soms knap ik op als ik bedenk dat ik het leven van veel andere mensen heb gered.

Laten we bidden voor de schrijver hiervan, voor emotionele genezing en geestelijke redding.


Terug naar de artikelen uit 2013